‘Eerst uit solidariteit, daarna uit overtuiging’
Sara en Layla dragen de niqaab sinds de wet ertegen is ingegaan

Na de publicatie van Veiled ben ik de niqaabdragende gemeenschap blijven volgen. En laatst werd ik verrast: ik ontmoette twee vrouwen die hun gezicht zijn gaan bedekken sinds de dag dat het verbod erop inging. Vanwaar hun keuze?
artikel gaat verder onder de foto's; klik op een foto voor een grotere versie
Sara (l.) en Layla (r.) dragen de niqaab sinds de wet ertegen is ingegaan

Er was een tijd dat Sara (27) en Layla (29) bedekkende kleding zelf maar eng en overdreven vonden. Een schoolgenoot van Sara droeg een hoofddoek tot haar heup: “Ik kan me herinneren dat ik dacht: wat een spook.” En Layla kan zich op haar beurt nog de niqaabdraagster voor de geest halen, die haar zoontje terechtwees met de woorden ‘Zedde gij zot of wa?’ Layla: “Ik had veel verwacht, maar toch niet zo’n Vlaamse tongval; het maakte die onpersoonlijke niqaab opeens heel menselijk.”

Geen skinnyjeans
Nu zijn Sara en Layla opeens zélf degenen die je op straat kunt tegenkomen met een gezichtssluier. De twee vrouwen kennen elkaar van de beurzen waar ze weleens met een kraampje staan – ze hebben allebei een webwinkel, waarvan ze goed kunnen leven. Nadat ze zich (onafhankelijk van elkaar) hadden bekeerd tot de islam, een paar jaar terug, zijn ze allebei gelijk lange gewaden gaan dragen: “Geen tussenfase met een hippe hoofddoek en skinnyjeans.”

En heel recent hebben ze aan die bedekkende outfit een niqaab toegevoegd. Dat gebeurde op 1 augustus, de dag dat de nieuwe wet op gezichtsbedekkende kleding is ingegaan. Layla: “Toen het AD de dag daarvoor had bericht dat niqaabdraagsters in overtreding gearresteerd konden worden door wie dat maar wilde, zag ik mensen op de sociale media feestvieren – het was iets waar ze naar uitkeken, in een sfeer van: nou mogen zij dat ding niet meer op, en wij gaan ze pakken als ze het toch doen. Ik had een enorme drang voor de niqaabdragende zusters op te komen.”

Straatbeeld
Sara: “Ik wilde laten zien dat de niqaab niet zomaar uit het straatbeeld zou verdwijnen, alleen maar omdat een paar mensen in Den Haag wat regels hadden gemaakt. En ik dacht: misschien kan ik met die niqaab ook tot constructieve gesprekken komen. Op Facebook zag ik alle discussies steevast uit de hand lopen, maar met echte gesprekken hoopte ik verder te komen.”

En zo begonnen Sara en Layla in de eerste week van het niqaabverbod met het dragen van dat omstreden kledingstuk: uit solidariteit. In overtreding zijn ze er overigens niet mee: op straat mag je je gezicht nog altijd bedekken. Het verbod geldt slechts voor enkele sectoren: het openbaar vervoer, scholen, ziekenhuizen en overheidsgebouwen – en daar zijn Layla en Sara nog niet geweest met de niqaab.

Demonstratie
Sara en Layla zijn niet de enigen die zich sinds die tijd sluieren, zegt Esther die zelf al enkele jaren een niqaab draagt. Met haar actiegroep ‘Hand in Hand tegen het niqab verbod’ heeft ze begin augustus een demonstratie georganiseerd tegen de nieuwe wet en ze geeft voorlichting: aan media, aan gesluierde vrouwen en iedereen die niqaabdraagsters wil helpen. Volgens Esther zijn er nog meer vrouwen in haar netwerk die gezichtsbedekking dragen: “Sommigen nog niet fulltime, maar wel al op de momenten dat het kan.”

Een grote toename zal het zeker niet zijn – het gaat hooguit om een handjevol nieuwe niqaabdraagsters bovenop de circa 150 a 400 niqaabdragende vrouwen die er al rondliepen in Nederland, maar opvallend is het evengoed wel. Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken benadrukte eind september in een Kamerdebat dat de wet de vrouwen moet stimuleren de niqaab juist áf te doen. Esther kent zelf niemand die dat heeft gedaan, en Karima Rahmani van de werkgroep ‘Blijf van mijn niqaab af’ evenmin. Karima: “Niqaabdragende vrouwen zijn door alles wat zich rondom dit onderwerp afspeelt nog meer gaan nadenken over en reflecteren op hun niqaab, met als gevolg dat zij er meer dan ooit aan vasthouden.”

Kreukels van het kussen
Sara en Layla waren in ieder geval opvallend snel aan de gezichtssluier gewend. Ze kunnen zich niet herinneren dat het op enig moment lastig was om te eten, drinken of ademen. Het voelde gelijk goed; bevrijdend zelfs. Layla: “Ik heb vroeger altijd veel complimenten gekregen vanwege hoe ik eruitzie. Maar dat mensen nu niks van mijn uiterlijk kunnen vinden, is heel prettig. De positieve aandacht vervalt, maar ook de negatieve. Altijd maar die opmerkingen: ‘Je hoeft niet zo boos te kijken, hoor.’”

Sara: “Je houdt iets voor jezelf. Niet alleen de kreukels van het kussen in je ochtendgezicht, maar je uiterlijk valt niet langer automatisch samen met je karakter. Je kunt het vergelijken met een carnavalskostuum. Als je daarmee naar een feest gaat, voelt het ook alsof je een beetje opgetild wordt: vrijer dan anders.”

Layla: “Wel zijn we met de niqaab begonnen vanuit de verkeerde intentie. Je moet zo’n kledingstuk niet gebruiken als actiemiddel. Nu ik er meer over lees, weet ik steeds zekerder dat ik dit wil. Ik vind passages in de Koran die me sterken in het idee dat die niqaab erbij hoort.”

Niet op de boerenmarkt
Beiden dragen de niqaab niet fulltime: Layla: “Als ik de vuilnis buiten zet, knoop ik die niqaab niet om. De mensen bij mij in de straat kennen mij nog uit de tijd van voor mijn bekering; zij weten hoe ik eruitzie. Verder draag ik de niqaab overal inmiddels, behalve in de kleinste gehuchten – zoals laatst op een boerenmarkt. In die kleine plaatsjes denken ze meer in termen van ‘wij’ en ‘zij’, en als er dan iets gebeurt, is de kans dat een voorbijganger te hulp schiet veel kleiner dan in de stad.”

Sara: “Ik sluier me nu alleen nog als mijn man erbij is. Als ik zonder hem met mijn kinderen op straat loop, dan is een niqaab me te riskant. Ik zou de niqaab alleen fulltime kunnen dragen als de samenleving er minder vijandig op zou reageren. Een ook: als mijn vader het zou accepteren. Hij is er erg op tegen. Mijn man staat er trouwens ook niet om te springen. Hij is niet tegen de niqaab zelf, maar hij is bang dat ik aangevallen wordt, dus hij heeft liever dat ik ermee stop.”

DHL-punt
De cijfers liegen er inderdaad niet om. Uit een verkennend rapport van Meld Islamofobie, dat eind september week verscheen, blijkt dat 40% van de niqaabdragende vrouwen ooit bespuugd, geslagen of geschopt is op straat. Sinds het ingaan van het niqaabverbod heeft het meldpunt 30 incidenten gerapporteerd.

Zo erg hebben Sara en Layla het nog niet meegemaakt, maar Sara kreeg het in de eerste week wel gelijk aan de stok het een medewerker van een DHL-punt, die weigerde haar pakketje in ontvangst te nemen: “Volgens hem mocht ik de winkel niet in. Ik kon hem precies uitleggen hoe de wet in elkaar zat een collega van hem heeft het vervolgens afgehandeld. Het was eigenlijk het soort discussie waarop ik had gehoopt toen ik de niqaab ging dragen.”

“Daarnaast merk ik dat er indirecte gevolgen zijn van de wet: het creëert een klimaat waarin mensen zich steeds vrijer voelen om zich negatief uit te laten over de islam. Eerst was er vooral zoiets als toetsenbordracisme, maar steeds vaker kijk ik dat racisme in de ogen. Dan geven mensen je een schouderduw. En laatst begon zo’n ‘Anita’ over dat “lappie” voor mijn “bek” en dat ik me aan moet passen aan Nederland, maar ik ben ook Nederlands. Wat is dat dan? Dat Nederlandse?

‘Johnny’s’ en ‘Anita’s
Layla: “Aan de andere kan merk ik dat wij ook moeten oppassen niet al te zeer in ‘Johnny’s’ en ‘Anita’s te gaan denken. Zoals we zelf niet in een hokje geplaatst willen worden, zo moeten we ook niet gaan denken over ‘de ander’, want we krijgen ook steun van niet-moslims, uit de lhbt-gemeenschap bijvoorbeeld. Als ik moslims daar afwijzend op zie reageren, dan doet me dat verdriet.”

“En bij sommige niqaabdragende vrouwen kan de toon ook best wat gematigder in het debat. Ze gaan de confrontatie met vervelende omstanders soms op provocerende wijze aan, ondertussen alles filmend met hun mobieltje. Ik hoop dat ik in dat soort situaties juist rustig zou kunnen blijven en de haat niet met haat zou bestrijden, maar met vrede en liefde.”

Esther, Sara en Layla willen liever niet met hun echte namen genoemd worden.